Gelezen letters wordt een woord
Met louter betekenis in enge zin
De beperking van gevoel
Gevangen in de onderlinge afspraak
Wordt zichtbaar
Daar waar de taal eindigt
En de bedoeling begint
Gelezen letters wordt een woord
Met louter betekenis in enge zin
De beperking van gevoel
Gevangen in de onderlinge afspraak
Wordt zichtbaar
Daar waar de taal eindigt
En de bedoeling begint
Bim, Bam, Bom, hé dat klinkt anders dan het Gammalagammala uit die toeters van een minnerette! En inderdaad, het zijn de kerkklokken van de kerk, de kerk met de begraafplaats waar ik het eerder over had. Het is zondag en dus kerkdag! En omdat ik gewoon nieuwsgierig ben, me graag aanpas en ik misschien aan daarboven kan vragen of ze voor de moeder en het dode kindje willen zorgen, ga ik mee naar de kerk met de rest van de GH. De kerk is zo dichtbij dat als ik hier een keer dronken zou zijn geweest ik het met koprollen had uitgemeten, dus bij de laatste Dong lopen we de deur uit met allemaal een boek vol zilverwerk onder de arm, net zoals kortjakje. In de kerk staan een paar bankjes waar de oudjes kunnen zitten en de rest zit allemaal al op kleedjes op grond en we gaan ertussen zitten. Wat een grappig gezicht… allemaal van die kleine Bengaaltjes en dan ineens 4 blanke, soort van reuzen ertussen ! Maar voor ik kan lachen komt de priester, pastoor, dominee (ik weet niet eens wat het is, oeps…) binnen en begint : ” Nomoshka! gammalagalagamala hupsefulps” en iedereen staat op. Onhandig, stijf en natuurlijk net te laat sta ik ook op om uit volle borst mee te zingen, maar dan zie ik ineens dat ik ongeveer net zo breed ben als dat de vrouw naast me lang is en ik krijg toch een lachaanval, zo misplaatst! Gelukkig krijg ik mezelf onder controle en neurie vrolijk mee.’ AMEN’ zegt iedereen opeens, ha dat ken ik en dat betekent het einde, dus dan zal ik zo wel moeten gaan zitten. En om niet weer de laatste te zijn, laat ik me behendig door de knieen zakken en neem ik plaats in kleermakerszit op het kleedje, zo ik zit! “Hupseflupsi flapsi” zegt de man met de tabbert en iedereen gaat op z’n knieen in de bidhouding…
Voorzichtig legt hij me neer, hij staat op, loopt naar de stereo en zet de meest lekkere muziek op. Ik heb altijd gezegd dat ik er een keer seks op wil hebben, maar om nou bij een ‘one night stand’ aan te komen en tussen het gretig losknopen van zijn shirt en het met zijn tanden uittrekken van m’n string, heel ‘tranquilo’ een muziekje op te zetten, uh nee. Maar goed, nu is het dan zover, hij zet gewoon mijn lievelings-seks-cd op, Sade.
‘The sweetest taboo’ klinkt zachtjes uit de boxen en ik bekijk zijn rug. Gespierd, brede schouders en zijn onderrug is net de rug van een model uit een Calvin Klein reclame. Langzaam draait hij zich om, lacht naar me en komt op me afgelopen. Jezus, wat een mooie vent bedenk ik en door mijn onderbuik schiet een raar gevoel. Een soort verkramping en ook mijn bodembekkenspieren verkrampen licht. “There’s a quiet storm, and it never felt like this before”, zingt Sade. En zo is het maar net.
Ik word wakker en kijk naar buiten vanuit mijn kamer. Ik heb gewoon uitzicht over de ‘rural life’ van Bangladesh vanuit mijn kamer. Echt heel gaaf! Rijstvelden, spelende kindertjes in een meertje, wat koeien, geitjes, ganzen, mensen die in gekleurde doeken gewikkeld met manden op hun hoofd vol met tientallen kilo’s (soms letterlijk) shit over de kleine dammetjes lopen. Die shit die ze op hun hoofd dragen zijn echte koeienvlaaien die ze tegen muren en langs de spoorlijn laten drogen. Helemaal zeker ben ik er niet van, maar volgens mij gebruiken ze die gedroogde drollen als soort BBQ kolen, maar dan anders J. Maar wat een uitzicht, wat een rust, wat een verschil met Dhaka!
Parbatipur, een wirwar van railsen en alleen omdat het geografisch eigenlijk in de weg ligt, echt niet omdat het een druk knooppunt is, een metropool of distributiestation. Ik stap uit en er is me vertelt dat er nog een groep blanke mensen ergens in de trein zitten, dus ik kijk haastig om me heen of ik nog een paar witte achterlijke debielen met grote tassen zie. Maar niets te bekennen! Ik loop het perron op en neer en wacht tot de trein weggaat, nog steeds geen foreigner te zien, nouja, dan maar naar de uitgang, daar wacht een auto op me. Dus ik loop het station uit en zie rickshaws en bengalen, maar geen auto. Ik ga zitten, mensen lachen me uit, want op mijn rug heb ik een grote rugzak en op mijn buik een kleinere (echt onwijs grappig…of er was iets anders wat heel grappig was waar ik geen erg in had…) Maar goed, ik sla 6 aangeboden rickshaw ritjes af, zeg drie keer “Bangla nai” (dus dat ik geen bangla spreek) om mensen af te wimpelen en 20 minuutjes gaan voorbij, nog niets te bekennen. Het begint een beetje te schemeren en ik zit op een station in Bangladesh, in the middle of fucking nowhere, no clue waar ik heen moet en begrijp ineens dat dit misschien wel de reden is waarom ik de hele dag geen zin had om uit mijn comfortzones te stappen. Aan het einde van de reeks overwinningen wacht niets meer dan een nog grotere uitdaging… Maar op dit moment heeft het geen zin om filosofisch te gaan zitten lullen en moet ik met een oplossing komen, dus ik stap op een rickshawknakker af en vraag of hij LAMB kent. Hij knikt enthousiast, tenminste het hoofd schuin opzij, alsof hij een beetje spastisch is, maar dat doen ze allemaal hier. Jaha, denk ik, kan jij nou wel zeggen, maar ik loop hier al 2 maanden mee en dat zeggen ze allemaal! Dus ik vraag het nog vier keer en opeens zegt hij: “chi, chi, LAMB hospital” Aaah kijk, ik had hem niet verteld dat ik op weg was naar een ziekenhuis, dus hij kent het inderdaad en ik stap op.
| Laatst bewerkt door Set op 20 juli 2010 om 05:42 |
Geen voorwaarden en banden
Voor wat je bemint
Een verbinding kan breken
Maar vrijheid verbindt
Bangladesh, groen, plat en vochtig en als ik zo naar buiten kijk krijg ik even het gevoel dat ik in Nederland ben. Ik fantaseer dat ik in de trein zit van Groningen naar Amsterdam en even heb ik echt het idee dat dit werkelijk waar is. De pas geplante rijstvelden lijken op weilanden, de koeien hoef ik er niet eens bij te denken (want die staan echt te grazen op het land, zelfs de wit met zwarte) en met een beetje fantasie lijken de huisjes op de kleine heuveltjes in de schaduw van de bananenbomen op echte Hollandse boerderijtjes. We stoppen op een stationnetje en er stappen twee mannen in. “Madam, sorry but that’s our seat.”
P-U-D-D-I-N-G, P-U-D-D-I-N-G, IJSSSSSSSSSSS, langzaam verspreidt de rook zich over het perron en met de rook ook de mensen uit de net binnengekomen trein. Serieus een soort film dat zich meer dan 100 jaar geleden afspeelt , want uit een afgeladen trein stappen honderden mensen met tassen, manden , dieren, kinderen, koffers, balen groene bladeren en gevulde jutte zakken. Iedereen loopt haastig heen en weer en door elkaar heen en na tien minuten zit ik (en met mij weet ik veel hoeveel mensen nog meer) in de trein. Ik kijk naar het perron en zie dat deze weer rustig en verlaten is, op de conducteur, een blinde , een oude en een manke bedelaar na.
Ze zoenen, hij streelt haar. Zijn handen zijn groot en sterk, echte mannenhanden. De huid op zijn vingers voelen wat hard aan van het eelt, zijn greep is krachtig, maar de streling is liefkozend, verzorgend en teder. Het contrast, de mannelijke hand met de ‘feminine touch’, het windt haar op. Haar hart gaat tekeer onder haar borsten, ze staan trots rechtop, haar tepels priemen vooruit en verraden dat ze geneukt wilt worden. Haar bloed suist door haar aderen en ook haar kut maakt er geen geheimen van: Ze wil hem. Nu. Niks voorspel. Ze wil zijn harde lid in haar voelen, zijn zware lichaam op haar, hun lichamen die door hun zweet als gesmeerd langs elkaar heen glijden. Ze wil zijn stoten ontvangen, zoals de grond een heipaal ontvangt, met enige tegenwerking, maar uiteindelijk volledige overgave aan de machten van de sterkere. Ze wilt genomen worden, nee, ze wilt overgenomen worden.
Heb ik weer, meer dan twee maanden in Dhaka, Bangladesh, al vier keer de smoes gebruikt dat ik er last van had, alles gedaan wat de ervaren reiziger afraadt: kopje cha op straat hier, stukje ananas op straat daar, heerlijk dat local food en ijsblokjes in m’n drankje. En net de avond voor ik tien uur in een vieze Bengaalse trein moet op naar het noorden, even snel nog wat bij de dutchclub eet en vroeg naar bed ga, krijg ik er last van. De hele nacht heb ik liggen woelen, krampen, wel zes keer naar de wc en maar denken: ‘als ik me maar niet verslaap!’ Dus het werd één uur, twee uur, drie uur, vier uur! Oooh nee, nog maar drie uur, nog twee uur, nog één uur…
Reacties