Ik word wakker en kijk naar buiten vanuit mijn kamer. Ik heb gewoon uitzicht over de ‘rural life’ van Bangladesh vanuit mijn kamer. Echt heel gaaf! Rijstvelden, spelende kindertjes in een meertje, wat koeien, geitjes, ganzen, mensen die in gekleurde doeken gewikkeld met manden op hun hoofd vol met tientallen kilo’s (soms letterlijk) shit over de kleine dammetjes lopen. Die shit die ze op hun hoofd dragen zijn echte koeienvlaaien die ze tegen muren en langs de spoorlijn laten drogen. Helemaal zeker ben ik er niet van, maar volgens mij gebruiken ze die gedroogde drollen als soort BBQ kolen, maar dan anders J. Maar wat een uitzicht, wat een rust, wat een verschil met Dhaka!
Ik trek mijn shawaar kamiz aan (broek, met soort jurk erover en een sjaal, traditionele kleding en moet hier), ontbijt rustig wat en krijg daarna een rondleiding van een Nederlandse vrouw die hier al een tijdje zit. De compount is redelijk groot en van alle gemakken voorzien. Naast de kerk, het ziekenhuis en de GH zijn er ook een research center, een schooltje, huizen voor het personeel, een groot kantoor én een zwembad! Nouja zwembad, een groen meertje (wel met schoon water, dit wordt getest in het lab) met een duikplank, iedereen die hier woont en werkt mag er zwemmen, maar vrouwen moeten wel hun kleding aanlaten, zoals dat gaat in Bdesh. Een uurtje later heb ik alles gezien, behalve het ziekenhuis, maar daarvoor mag ik met iemand anders mee. Dus om 3 uur, na een heerlijke typische Bengaalse lunch, word ik opgehaald in de GH, op naar het ziekenhuisje.
Toen ik aankwam de avond ervoor had ik het ziekenhuisje al gezien en tijdens mijn rondleiding ook (welliswaar alleen van buiten, maar ik dacht wel een beetje een idee te hebben). Maar we komen er binnenlopen en mijn mond valt open van verbazing! Hartstikke druk! Overal zitten mensen te wachten op houten bankjes, in rolstoelen, op oude bedjes. Ze zijn niet allemaal ziek, zwak en misselijk, want er zitten ook familieleden tussen, maar ze zien er eigenlijk wel allemaal zo uit… Daar loop ik dan, nu ook als een witte vrouw in een shawaar kamiz waar geen 4, maar zeker wel 2 , bengaalse vrouwen in passen en ik krijg gewoon een rondleiding door het ziekenhuis. Besef even hoe raar dat is, sightseeing in een ziekenhuis! Het ultieme leedvermaak, al wil ik het niet echt als vermaak zien, meer als interesse. Maarja leedvermaak of leedinteresse, feit blijft dat er geleden wordt en ik sta toe te kijken…
We lopen door het halletje een kamertje binnen. Hier zit een jongeman achter een bureau met allemaal boeken om hem heen, ‘Holy bible’ dit, ‘Bible of god’ dat, ‘God is with you’ hier, ‘In the name of God’ daar en er is één plankje met de koran. Ik bekijk dit even rustig en bedenk me dan dat we dan wel in een ziekenhuis van een christelijke organisatie zijn (en ja, ze doen echt goed werk, begrijp me niet verkeerd) maar ik dacht dat Bangladesh voor meer dan 80% islamitisch was, dus waarom maar één lullig klein plankje met de Holy koran? Want per slot van rekening moeten we hier (op dit terrein) in een shawaar kamiz lopen, moeten we ‘Nomoshka’ (goede dag voor christelijken) i.p.v. ‘Asalam Walaikum’ zeggen, mag ik niet als vrouw alleen buiten de ‘compount’ komen en eet ik hier rijst met curry… Dit omdat we ons zoveel mogelijk moeten aanpassen aan de plaatselijke bevolking, wat ik juist allemaal heel erg leuk vind, maar dan vind ik ook dat de patienten toegang moeten kunnen hebben tot hún heilige boek, naar de dood begeleidt moeten kunnen worden door hún heilige persoon en gebeden en zélfs een ruimte moeten hebben, of op z’n minst een kleedje in een hoekje, waar ze hun dagelijkse gesprekje met Allah kunnen voeren. En nogmaals begrijp me echt niet verkeerd, want er zijn niet veel mensen die kunnen zeggen dat ze in een uithoek van Bdesh wonden hebben staan naaien en baby’s hebben gehaald (en letterlijk, dus niet grappig bedoeld), dus echt respect voor hen en ik weet zeker dat GOD ze hoogstpersoonlijk zal opvangen bij de hemelpoort (als ik er nog niet ben J) maar ik vind dan ook dat zij respect moeten hebben voor het feit dat hun patienten bij de hemelpoort opgewacht willen worden door Allah. En tuurlijk kan je discussies voeren over de gelijkenis tussen de Koran en de Bijbel, over de profeet Jezus die ook in de Koran een belangrijk persoon is en er zijn nog wel meer argumenten, maar doe dat lekker met een hoogopgeleidt persoon, die niet aan het sterven is… (oke, nog eenmaal om het te benadrukken, de mensen die hier werken zijn wel heel lief, harde werkers, helpen de armste van de armste onder best zware omstandigheden, dus nogmaals petje af, maar toch…)
Er is een algemene afdeling waar oude mannen liggen zonder tanden, er is een isolatieruimte (met een barst in de ruit) en een brandwondencentrum (jaha, mét airco!), maar vooral zijn er zwangere vrouwen, vrouwen die net bevallen zijn, kindertjes met hazelipjes en hoofdjes in het verband, kindertjes met handjes en beentjes in het verband en baby’tjes, zó klein heb je ze nog nooit gezien! Omdat de meeste vrouwen gewoon thuis bevallen en alleen naar het ziekenhuis komen als er wat mis is of als er een tweeling geboren moet worden, worden hier dagelijks kinderen geboren die minder dan een kilo wegen, gewoon minder dan een pak suiker, hallo, minder dan een pak venco dropjes… We lopen een kamer binnen en de vrouw die me rondleidt zegt vrolijk:”this is the delivery room” en ik heb niet eens tijd om om me heen te kijken of ik hoor een kreun, gepuf en een gil en zie nog net achter een gordijntje een bloot been in een beugel liggen. Uhm, leuk hoor zo’n rondleiding, maar ik hoef ook weer niet echt getuige te zijn van een bevalling van een waarschijnlijk 16-jarig meisje dat uitgehuwelijkt is aan haar oom en hier ligt omdat God het zo gewild heeft… Dus op een holletje sta ik weer veilig buiten!!
De afdeling met de reeds bevallen vrouwen, aaah, meer mijn ding zeg maar, geen bloed, gapende sneeen en andere meuk, maar schattige kleine pasgeboren baby’tjes! Ik loop dan ook met een brede ‘smile’ naar binnen en kijk alle moeders aan met een blik dat ik trots op ze ben dat ze zo hard gewerkt hebben en het ze gelukt is!! Nou, ik wist niet hoe snel ik die ‘smile’ weer van mijn gezicht moest halen, want ik ben nog niet binnen of een vrouw kijkt me aan, kijkt naar haar baby (die bloot op een ‘grote mensen bed’ ligt) en begint te jammeren. Ook de oudere vrouw die achter haar staat begint te huilen en beide kijken mij hoopvol aan. Verder zijn er best veel mensen in de kamer, maar niemand let op dit stel en ook hun hartverscheurend gesnik lijkt geen aandacht te trekken. Ik kijk ze aan met een vragende, troostende blik en voor ik het weet staat de kersverse moeder voor mijn neus te huilen en “Amir bacha, amir bacha” (mijn baby, mijn baby) te roepen. Ik kijk op mijn beurt weer naar mijn ‘gids’ en begin bijna zelf hulpeloos mee te bleren “Taar bacha, Taar bacha” (haar baby, haar baby) en eindelijk komen er mensen in beweging. Mijn gids, die verpleegsters is hier, loopt met de huilende vrouw mee om te kijken wat er aan de hand is. Ze voelt wat, loopt naar iemand anders die even aan het kind luistert en ze concluderen dat het baby’tje dood is. DOOD is. Gewoon DOOD! DOOD! “She was already given u….” Maar ik hoor al niet meer wat ze zegt, want mijn blik wordt gevangen door de moeder die haar kind nog geen minuut geleden heeft verloren en mij met een onbeschrijfelijke blik vol hoop, verdriet, angst, woede en alle andere emoties die een mens kan voelen aankijkt. Langzaam voel ik dat iemand mijn arm pakt en me mee de kamer uit neemt en zonder tegen te stribbelen laat ik de vrouw gewoon achter met haar verdriet. Alleen, met haar verdriet en haar dode kind…
Later wordt me uitgelegd dat bengalen denken dat blanke mensen wonderen kunnen verrichten en we daarom weggingen uit de kamer. Maar wat had ik haar graag vastgepakt, getroost, liefde gegeven, geaaid, gekalmeerd en ik weet niet wat ik nog meer had gedaan, maar één ding weet ik wel, ik laat nooit, maar dan ook nóóit meer iemand met zoveel pijn alleen achter!
-wordt vervolgd-
