Men neme een Indiaanse trein, een Saddhu en Set

2010
02.18

Varanasi, een prachtige stad in het noorden van India. Een stad aan de heilige rivier de Ganges en een pelgrimsoord voor miljarden mensen. Door het geloof van al deze mensen in de heiligheid van deze rivier en het feit dat er op de daarvoor  bestemde trappen (dat dan weer wel) lijken worden verbrandt, krijgt de stad daadwerkelijk ook voor een leek als ik, een heilige belading. Na een paar dagen hier te zijn geweest en voordat ik mijn reis naar Nepal zou inzetten wilde ik eerst nog even naar de Taj Mahal, ik was er per slot van rekening toch “om de hoek”. De Taj Mahal ligt namelijk in het stadje Agra ongeveer zo’n 12 uur met de trein van Varanasi, niet écht om de hoek, maar de Taj Mahal is de Taj Mahal en datgene wat je moet gezien hebben als je in India bent geweest. Ik dus ook!

Vol goede moed ging ik naar het station in Varanasi. Meerdere mensen hadden me gewaarschuwd  dat ik een treinkaartje moest reserveren, maar ik ben nogal eigenwijs en van Calcutta naar Varanasi was er per slot van rekening ook niets aan de hand, dus nu zou het me ook lukken. Op het station aangekomen liet ik al snel mijn eigenwijze ‘ik-regel-het-zelf-wel’ instelling varen, want ongeveer heel India stond in de rij voor het loketje en met nog 15 minuten voordat de trein vertrok, toch maar naar het toeristen informatie punt. Binnen no time was het geregeld en zat ik prinsheerlijk, met een ‘open ticket’ (Yes, no problem, you can sit anywhere! Just tell the conductor you want to buy the seat you’ve chosen!) in de 2eklas Airco. De Indiase trein kent zeven verschillende klassen, van de eerste klas A/C tot de zevende klas vee (tenminste, zo noem ik het), maar de tweede klas is al helemaal relaxed. Twee bedden boven elkaar, schoon, schone lakens en vriendelijke mensen met witte uniformen met gele vlekken die je van hapjes en drankjes voorzien, genieten dus.

De trein was al enige tijd aan het rijden, het mooie landschap, alsook mijn ervaringen van de laatste dagen schoten als een versnelde film voorbij. De conducteur kwam en ik gaf mijn open, maar volgens de toeristenredder, góede kaartje en maakte het me weer gemakkelijk. “Sorry madam, but this seat isn’t available.” Sorry, wat zegt u meneer de conducteur? “I’m sorry, but this seat isn’t available, come.” Nou heb ik weleens een boete gehad voor ‘per ongeluk’ zwartrijden, ik ben zelfs nog weleens uit een trein gezet omdat ik geen kaartje had, maar een nederlandse trein! Zo’n geel met blauwe! Daar waar mensen mijn taal spreken en daar waar ik weet dat er een Krimpen aan de Ijssel en een Krimpen aan de Lek zijn. Maar goed, met schaamrood op de kaken, liep ik mee met de conducteur die me vervolgens naast een hele dikke Indiër in de vierde klas non-A/C (gelukkig ook non Vee) zette. Allang blij dat ik niet in Krimpen aan de Ganges was gedumpt, nam ik braaf plaats. Ik heb nog even zitten kletsen en ben om een uur of negen naar mijn bedje geklommen, wat in tegenstelling tot de tweede klas A/C wel vies was en we lagen met z’n drieën boven elkaar. Maar goed, het was een available seat!

Eén uur middenin de nacht, ik word wakker van het geluid dat van een constant ‘kedeng kedeng’ verandert in geschreeuw en geklets. Voorzichtig doe ik mijn ogen open en zie ik dat de trein stilstaat op een station. Mensen zijn zich in en uit de trein aan het dringen en als een stel opgeschoten kalkoenen kakelen en lopen ze door elkaar! Langzaam draai ik me om en doe alsof ik slaap. Nog geen minuut lag ik daar te acteren toen ik werd aangetikt “Madam, sorry, but this is my seat.” Ik probeerde me nog te redden dat de conducteur mij hier had gezet, dat ik zielig en alleen was, maar helaas. Dus ik naar de conducteur, hoe ze het in hun hoofd haalden een toerist, vrouw en alleen, één of ander vaag kaartje te verkopen en dat hij het nu maar ging regelen! De man keek mij aan, keek op een of ander vodje, bladerde even door en zei toen: ”coach 9, seat 28” en draaide zich weer om.

Het duurde even (probeer maar eens middenin de nacht door een Indiase trein te lopen met een grote tas, overal mensen, balen hooi en manden met dieren), maar coach 9, seat 28, gevonden! Muren met bruine poepvegen (zo leek het tenminste), overal plassen water, tassen en balen bladeren. Op de bedjes die normaal voor één persoon zijn liggen hele families en ook op seat 28 ligt een man te snurken. Wat mij net was overkomen, kan ik ook en ik maak de man wakker. Hij komt overeind, zijn haar zijn dreadlocks, zijn gezicht is beschilderd en om zijn lichaam zijn oranje doeken gewikkeld. Ik noem het religieuze zwervers, maar een wat vriendelijke benaming is iemand die kiest voor een spiritueel leven, een saddhu. Vriendelijk vraag ik hem of hij een kaartje heeft, wat hij niet heeft, vertel hem dat dit dan mijn bedje is en onder zwaar uitgelach van zijn mede-saddhu-genoten pakt hij zijn stok en emmertje (wat fungeert als bord,bedelbak en tas) en wilt weglopen. Toch vind ik het wel sneu, om de een of andere reden vind ik dit soort mensen altijd wel bijzonder en intrigerend, dus zeg hem dat hij ook wel op mijn voeteneind mag zitten. Hij neemt dit aan en neemt bescheiden plaats aan het einde van mijn bedje. Omdat de bedden nogal dicht op elkaar zitten kan hij niet rechtop zitten en dus zit hij naar voren gebogen, al steunend op zijn handen achter hem.

Ik lig daar, welliswaar niet geheel op mijn gemak, maar alles beter dan op de grond. Over dat het er vies is en het stinkt heb ik me heen gezet (ik kan morgen douchen in een hotelletje, de rest moet zich waarschijnlijk weer wassen met enkel een bakje water) en ik kruip nog wat dichter tegen de muur met bruine vegen aan. De saddhu zit stil, braaf op het randje van ons bed en ik zie zijn met verf versierde hoofd knikkebollen en langzaam wegvallen. Buiten regent het pijpenstelen en af en toe licht de trein op door een bliksemflits, snel gevolgd door een donderklap. Ik bekijk de saddhu, probeer te bedenken wat iemand ertoe brengt te kiezen voor zo’n bestaan. Zou er wat gebeurd zijn in zijn verleden waardoor hij hiervoor heeft gekozen. Zou hij op een ochtend zijn wakker geworden en ‘het licht’ hebben gezien? En ik weet dat hij het niet mag, maar wat zou hij vinden van een lekker mals biefstukje? De trein dommelt verder en ondanks de spanning en de ophef van de nacht word ik door de trein als een baby in slaap gewiegd en dommel ook ik langzaam weg.

Vijf minuten had ik mijn ogen dicht denk ik, maar opeens word ik wakker van een geluid. Een soort smakkend geluid. Ik open mijn ogen en zie de saddhu, met gesloten ogen, maar met getuite lippen, nog steeds op het randje van ons bed zitten. Hij heeft zijn hoofd mijn kant op en hij doet het weer. Hij maakt smakgeluiden, zoengeluiden alsof hij elk moment zich naar me toe kan buigen en me gaat zoenen. Verstijfd kijk ik hem aan en ik probeer echt ín de muur te kruipen. Door mijn hoofd schieten gedachten van ‘dit is mijn eind’, ‘ik word verkracht ergens middenin India’ en uiteindelijk een soort overgave ‘misschien moet ik er dan maar gewoon van gaan genieten’. Ik besef dat ik dit gedacht heb, mijn vreemde hersensspinsel echot nog na in m’n hoofd en opeens zie ik de hand van de saddhu, als een reflex naar mijn been grijpen. Ik schrik, slaak een kreet en gooi mijn been in de lucht. Hij schrikt ook. We kijken elkaar aan en een bliksemflits licht zijn gezicht op. Zijn opengesperde ogen en de verfvlekken op zijn voorhoofd maken van zijn hoofd een onwerkelijk persoon. Ik ben bang en wil het liefst de heilige saddhu een trap verkopen voor zijn schijnheilige kop.  Maar voordat ik iets kan doen, doet de man zijn handen als een gebaar van overgave omhoog en zegt: “Don’t be afraid, it’s okay!” Hij pakt mijn benen, legt ze neer en geeft er een troostend,bemoedigend klopje op. Hij wikkelt een doek, die hij vakkundig om zijn hoofd had gewikkeld, af en legt deze over mijn benen. Ik ben verbaasd, laat het allemaal gebeuren en kijk toe alsof ik het niet zelf beleef. “Don’t be afraid, it’s okay, I fall asleep and my hand slipped” zegt hij en nogmaals klopt hij geruststellend op mijn benen. Nog steeds gespannen kijk ik hem recht in zijn ogen aan, grote donkere, maar hele heldere ogen. Ik ontspan en glimlach. Hij ook. En dan pakt hij zijn spullen en gaat verderop op de natte grond zitten.

Deel dit bericht!
  • Facebook
  • Hyves
  • Twitter
  • RSS
  • Add to favorites

Jouw antwoord