Heb ik weer, meer dan twee maanden in Dhaka, Bangladesh, al vier keer de smoes gebruikt dat ik er last van had, alles gedaan wat de ervaren reiziger afraadt: kopje cha op straat hier, stukje ananas op straat daar, heerlijk dat local food en ijsblokjes in m’n drankje. En net de avond voor ik tien uur in een vieze Bengaalse trein moet op naar het noorden, even snel nog wat bij de dutchclub eet en vroeg naar bed ga, krijg ik er last van. De hele nacht heb ik liggen woelen, krampen, wel zes keer naar de wc en maar denken: ‘als ik me maar niet verslaap!’ Dus het werd één uur, twee uur, drie uur, vier uur! Oooh nee, nog maar drie uur, nog twee uur, nog één uur…
Half acht ’s ochtends, al creperend van de krampen, gebroken van de nacht en enigszins ontredderd omdat ik toch m’n nieuwe vrienden, m’n turk, m’n feestjes, m’n dutchclub, mijn inmiddels vertrouwde Dhaka moest achterlaten, ga ik op naar het station in een CNG.
De stad leeft al, want samen met de opkomende zon, is ook zij uit een vredige en rustige slaap ontwaakt (want ooo, wat is Dhaka lekker rustig ’s nachts). Ze heeft al ruim en breed haar ochtendrituelen gedaan en zich klaargemaakt voor een nieuwe dag. Maar dat de stad leeft vind ik op dit moment eigenlijk maar irritant, kennen deze mensen het fenomeen uitslapen niet? Zelfs niet op de zaterdag, dat theoretisch hier een zondag is, als in: zondag, de tweede dag van het weekend (vrijdag is hier namelijk vrij, want hun heilige dag) en dus de dag dat je niets hoeft, je hobby beoefent, je krantje leest en ’s avonds bij oma gaat eten?
Want zoals ik al zei voel ik me klote, heb ik pijn en ben ik ook nog eens misselijk. En misselijk zijn is nog erger dan pijn, het zeurt, het pest je door te komen en te gaan en het maakt me licht ontvlambaar, de arme CNG chauffeur! Hij kan er per slot van rekening niets aan doen dat de snelste weg naar het station door allemaal kleine straatjes is, met groentekraampjes links, kledingstalletjes rechts, midden op straat stoelen en een spiegel als geïmproviseerde kapsalon en normaal heel grappig, maar nu heel vies, slagerijtjes waar plassen bloed, de darmen, de hersenen en nog wat ondefinieerbare delen liggen van de nog geen half uur geleden geslachte koe. Echt relaxt zo vroeg in de morgen en als je misselijk en dus licht ontvlambaar bent. Maar een geluk bij een ongeluk voor de CNG driver, want zo goed bangla spreek ik ook weer niet om hem in het bangla uit te maken voor van alles en nog wat en dus legt hij mijn Nederlandse opmerkingen rustig naast zich neer. Want naast het feit dat hij er niets van begrijpt, heeft hij een blanke vrouw met tassen achter in z’n karretje en dat betekent voor hem dat hij in principe de rest van de ochtend niet meer hoeft te werken.
Als buitenlander ben je namelijk soort van verplicht om hier het dubbele dan wel niet het tienvoudige te betalen van wat een bengaal doet. Dit hangt natuurlijk van de prijs, de chauffeur/verkoper en je onderhandelingsbekwaamheid af, maar meer dan de locals is wel zo aardig. En zeg nou zelf, als ik moeilijk ga doen over 20 cent bevestig ik wel heel erg dat ik uit Nederland en ook nog eens uit Den Haag kom. En daarbij komt ook nog eens dat ik van Meneer Chappie (bijnaam van mijn eco leraar) heb geleerd dat je een economie van een land kan stimuleren door te investeren en te consumeren, het zogenaamde conjunctuureffect, ookwel geld moet rollen! Én iedereen die mij veilig ergens aflevert gun ik best wat extra’s. Dus aangekomen op het station (toch ook wel weer jammer, want ik zat zo lekker) betaal ik de man zijn halve dagloon en zoek ik een mannetje uit (nouja eigenlijk dringt hij zich op) die mijn tas draagt.
Inmiddels kwart over acht en ik kijk op de borden met de vertrektijden. Bengaalse tekens! Tja, daar word ik dus niet echt wijzer van, dan maar vragen. Dus als een Turkse vrouw (zo mag ik me nu toch een beetje noemen met m’n Turkse scharrel) die al jaren in NL woont (sorry niet aardig, maar wel waar) vraag ik aan een mannetje met een uniform aan: “Khotai train Parbatipur?” en ik wijs met mijn vingers naar mijn pols waar normaal een horloge zou zitten. Wat ik eigenlijk vraag is: “ Waar trein Parbatipur?”, maar wat ik bedoel is: “Waar en hoe laat trein Parbatipur?”
Ik weet niet of hij me nou begrijpt of niet, maar hij geeft antwoord met een reeks onverstaanbare klanken, wijst naar het nummer 8 op het bord, zegt 4, nog iets van 9 en ik hoor ook nog ergens 10… uuuuh shit spreekt er iemand Engels?
Opeens komt er een man aanlopen met een Punjabi aan (zo’n lange jurk), zo’n grappig lelijk gehaakt wit petje op en een baard. Normaal vind ik deze mannen nooit zo leuk, omdat ze altijd zo boos kijken, zo van “Rot op westers, onrein, zondigend en vrij meisje, jij hoort thuis te zitten, getrouwd te zijn, te koken, je man te behagen en kinderen te werpen!” Maar deze man vraagt vriendelijk in het gebroken engels of hij me kan helpen. Yes! Weg met mijn vooroordeel! Hij zegt dat de trein om tien voor tien vetrekt en loopt met me mee naar een bankje op het perron. We gaan zitten en zoals alle bengalen stelt ook hij als eerste vraag: “What is the name of your country please?
“Holland”
“Acha” (oke) en opeens vraagt hij “You help me pisa?”
“Sorry?”
“You help me pisa your country?”
“You want a pizza?” vraag ik verbaasd, want welke bengaal wil nou om half negen ‘s ochtends een pizza?
“Yes, your country pisa!”
“But Italy is famous of the pisa, not Holland.”
“But you friends ambassy help me pisa?”
“Oo, you want a visa for Holland?”
“Yes, you friend help me”
“Well, so sorry, but I can not help you… government…!”
“Acha, always stupid government!”
Ik begin te lachen, ja ik begrijp wel dat je dat zegt als je hier vastzit met jouw corrupte government!
-wordt vervolgd-
